You are hereSteen & Been
Steen & Been
Als er provinciale kampioenschappen Steen & Been-klagen zouden worden georganiseerd, wint de Mechelaar met zijn vinger in de neus. Vooruit, laten we niet bescheiden zijn, van alle Belgen zijn wij, de maneblussers, de grootste malcontenten. Tenminste dat was zo, het kan veranderen. Maar laat ik mezelf niet voor de voeten lopen en eerst even terugkijken naar dit waar gebeurd verhaal.
Bijna tien jaar geleden loop ik op de wekelijkse zaterdagmarkt. Heerlijke zon, opwaaiende nazomerjurkjes. Ik kijk naar boven en zie dat de eerste etage van een bekend etablissement in dichte rook is gehuld. Oppositieleider Bart S., die verkiezingsfolders staat uit te delen, laat alles vallen en rent naar het café om te zeggen dat ‘het kot in brand staat.’ Hij waarschuwt de brandweer. Het voetvolk wacht. De commentaren volgen snel. ‘Allee, waar blijven die gasten? Straks is alles afgebrand en kunnen ze de as naar de strooiweide dragen.’ Nauwelijks vijf minuten later wringt een brandweerwagen zich al tussen het dichtopgepakte publiek. ‘Ja jongens,’ roept er een, ‘doet maar op uw gemakske, hè.’ Enkele tellen later volgt een tweede wagen. ‘Het kan niet op,’ hoor ik naast mij, ‘de stad heeft geld genoeg precies.’ Enfin, binnen het kwartier is de brand geblust. Een beetje onafhankelijke waarnemer moet toegeven: dank zij het snelle en efficiënte werk van een bijzonder goed op elkaar afgestemd korps. Dat vindt mijn bakker even later al vast van niet. Hij roept voor de hele winkel dat het een schande is wat ze daar hebben gedaan. ‘Alles, maar dan ook alles, nat gespoten. Voor een brandje van twee keer niks. En wie gaat die schade betalen?’ De klanten zijn het roerend met hem eens.
Jaren later. De stad is inmiddels gemetamorfoseerd. Onder de Grote Markt kwam een parkeergarage; de Veemarkt en de Vismarkt lijken zo weggelopen uit een dure glossy. Elke ochtend wordt de hele binnenstad gestofzuigd. Het lelijke asfalt is vervangen door aardige kasseitjes. En je mag je rug niet keren of je ziet wel een agent te fiets, te paard, in een auto, op een moto of als het moet al joggend op straat. Maar het klagen, je bent een Mechelaar of je bent het niet, is alleen maar toegenomen. Want vroeger, toen er nog auto’s op de Markt mochten staan, was er tenminste nog iets te zien. Nu is de Markt leeg. Daar krijg je pleinvrees van. De Lamotsite aan de Vismarkt hoort in Manhattan thuis, maar niet in Mechelen. Die kasseitjes, daar loop je je naaldhakken op stuk. En agenten zijn er om ons te koeioneren meneer, met parkeerbonnen uitschrijven, maar die bruin mannen laten ze gerust. Is het dan nooit goed? Jawel dus, ik zei al dat de dingen kunnen veranderen al was het maar omdat er inmiddels zoveel zout op de slakken is gelegd dat Mechelen weldra met het ontginnen van lucratieve zoutmijnen kan beginnen.
De zaken zijn dus gekeerd en wel sinds gisteren. Ik loop als naar oude gewoonte over de zaterdagse markt die is verpakt in een heerlijke najaarsgloed. Uit het stadhuis komt een bruidsstoet gelopen die onder de rijst wordt bedolven. Er hangt een ongegeneerd geluk over de stad. Naast mij staat een jonge vrouw terwijl ze de bruidegom de hele tijd in het vizier houdt. ‘Schoon, hè,’ zegt ze vertederd. ‘Ken je de trouwers?,’ vraag ik. ‘Hij is mijn ex,’ zegt ze, ‘geweldige jongen hoor.’ Ze ziet dat ik twijfel. ‘Nee, serieus, maar hij had één nadeel, hij was ook zot van haar.’ ‘Dat zie ik,’ zeg ik eerlijk. ‘Niet zíj,’ roept ze hard op de bruid wijzend, ‘maar zíj!’ en ze strekt haar priemende vinger uit naar het stadhuis. ‘Ik ben van Antwerpen en als ge een metropool gewoon zijt, went ge nooit in zo’n boerengat als hier, begrijpt ge? Dus stelde ik hem voor de keuze: Mechelen of ik.’
- login of registreer om te reageren
-

Als medeorganisator van dit intervieuw danken wij u van harte voor de schitterende wijze waarop u DEFLO hebt
"ondervraagd". ik stuurde nog een foto naar de webma
ster.weet niet of u die ontvangen hebt??
mvg jan franckx - secretaris wf. afd. mechelen